The average person thinks he isn't.
♦ ♦ ♦
Paula is net zo oud als Piet zal zijn wanneer Paula twee keer zo oud is als Piet was toen Paula half zo oud was
als de som van hun huidige leeftijden.
Piet is net zo oud als Paula was toen Piet half zo oud was als hij over 10 jaar zal zijn.
Hoe
oud zijn Piet en Helma?
Antwoord:
Het Antwoord: Piet is 30 jaar oud en Paula is 40 jaar oud.
De
Uitleg:
Laat Paula's leeftijd gelijk zijn aan a en laat Piet's leeftijd gelijk zijn aan b.
De eerste zin vertelt ons dat "Paula net zo oud is
als Piet zal zijn wanneer Paula twee keer zo oud is als Piet was toen Paula half zo oud was als de som van hun huidige leeftijden".
De "helft van
de som van hun huidige leeftijden" is:
0.5*(a+b)
Dus "Paula's leeftijd was de helft van de som van hun huidige leeftijden", het volgende
aantal jaren geleden:
a - (0.5*(a+b)) = 0.5*a-0.5*b
Op dat moment was de "leeftijd van Piet":
b - (0.5*a-0.5*b) =
1.5*b-0.5*a.
Dus "tweemaal die leeftijd" is:
3*b-a
"Paula's leeftijd zal tweemaal die leeftijd zijn", over het volgende aantal
jaren:
(3*b-a) - a = 3*b-2*a
Op dat moment zal Piet de leeftijd hebben van:
b + (3*b-2*a) = 4*b-2*a
En omdat gegeven is dat "dat
Paula's leeftijd is", geldt dus:
a = 4*b-2*a
oftewel
3*a = 4*b.
De tweede zin vertelt ons dat "Piet net zo oud is als Paula
was toen Piet half zo oud was als hij over 10 jaar zal zijn".
"Over 10 jaar", is Piet:
b+10
"Half zo oud" is:
0.5*b+5
"Piet was half zo oud", het volgende aantal jaar geleden:
b - (0.5*b+5) = 0.5*b-5
Op dat moment "was Paula":
a -
(0.5*b-5) = a-0.5*b+5
En aangezien dat "Piet's huidige leeftijd is", geldt:
b = a-0.5*b+5
oftewel
a = 1.5*b-5.
Nu hebben
we twee vergelijkingen:
3*a = 4*b en a = 1.5*b-5.
Vul voor a in de eerste vergelijking, de waarde van a uit de tweede vergelijking in:
3*(1.5*b-5) = 4*b
Als we deze vergelijking oplossen volgt dat:
b=30
Omdat a = 1.5*b-5, geldt dat:
a=40
Dus de leeftijd van
Paula is 40 en de leeftijd van Piet is 30.